Op een onchristelijk vroeg tijdstip verzamelde zich een groep Almeerse ondernemers in het bedrijfsrestaurant van het Leger des Heils.
Begeleid door Kerstgezang werden de jassen opgehangen en kopjes thee uitgeschonken. De dames en heren liepen spiedend rond om te zien met wie er een praatje gemaakt moest worden, maar al gauw won de gezelligheid het van het bedrijfsbelang.
Na de verwelkoming door de plaatselijke commandant ving het ontbijt aan en ontstond er een plezierig geroezemoes. Toen de eerste trek was gestild, nam een heer het woord en kondigde aan dat de winnaars bekend zouden worden gemaakt.
Ik stelde me in op een uitvoerig juryrapport, maar nee, zonder tijd te verspillen werd de tweede plaats in sappig Amsterdams bekend gemaakt. En of het bedrijf volgend jaar weer mee wilde doen, want er was veel moois over bekend geworden. Er werd niets overhandigd en er was geen gelegenheid voor de vertegenwoordiger van de onderneming om iets te zeggen, dus deze bleef maar wat verlegen lachend zitten.
De eerste prijs werd uitgereikt door de wethouder. Met een fraaie toespraak leidde hij de bekendmaking in en overhandigde daarna de trofee aan de winnaar, die niet veel meer wist uit te brengen dan de opmerking dat ‘ze het samen met het team hadden bereikt.’ Hij was overigens ook niet gekleed op de feestelijke bijeenkomst, maar leed daar niet zichtbaar onder. Zo te zien was hij van de generatie die vindt ‘dat het allemaal moet kunnen’.
Het applaus van het publiek was er niet minder hartelijk om, maar toch, Nederlanders en feestelijke gelegenheden, het blijft aanmodderen!





