Deze week bezocht ik drie jaarvergaderingen.
De eerste goed bezochte bijeenkomst duurde de hele dag, met een gedegen behandeling van de jaarstukken en ‘s middags workshops en een drankje na.
Bij de tweede samenkomst ging het vooral om de rondleiding en het netwerken na de vergadering, die dus veel korter duurde en waar gezucht werd toen een aanwezige het aandurfde een vraag te stellen.
Tijdens de derde vergadering discussieerden de aanwezigen hartstochtelijk over procedures en toekomstplannen. Niet dat er iets veranderde, maar het was toch maar mooi gezegd!
Waar voelde ik me het meeste thuis? Ik kan het niet zeggen.Gezien het doel van de bijeenkomsten waren de grondigheid, de gezelligheid en de passie alle drie op hun plaats, hoewel het hier en daar wat minder had gemogen.
Natuurlijk, de Oudhollandse zeurpiet, betweter en verongelijkte waren er ook en lieten flink van zich horen. Niet gehinderd door aandacht voor de medemens werd er flink doorgedraafd op de verschillende stokpaarden. Hierdoor ontstond een ongeduldige sfeer, geroezemoes en gemopper. Gelukkig stoppen uiteindelijk zelfs de meest geharde dwarsliggers, maar het is jammer dat deze figuren niet thuis blijven. Dan valt er geen wanklank te horen en zijn we gezellig onder elkaar, zo werd me verzekerd.
Toch?





